Skip to content

Chapters

Works

Sections

See Engelse vertaling uit 1885

Hoofdstuk 63: Het is bewezen dat deze God geïncarneerd was.

EN TRYPHO ZEI: "Dit punt is mij overtuigend bewezen door vele argumenten, mijn vriend. Het blijft dus om te bewijzen dat Hij mens werd door de Maagd, volgens de wil van Zijn Vader; en dat Hij werd gekruisigd en stierf. Bewijs ook duidelijk dat Hij daarna opstond en opsteeg naar de hemel."

IK ANTWOORDDE: "Ook dit heb ik al aangetoond in de eerder geciteerde woorden van de profetieën, vrienden. Door deze passages voor jullie op te roepen en uit te leggen, zal ik proberen jullie ertoe te brengen het in deze zaak met mij eens te zijn. De passage uit Jesaja, 'Wie zal Zijn geslacht verklaren, want Zijn leven is van de aarde weggenomen', lijkt het jullie niet te verwijzen naar Iemand die, zonder afstamming van mensen, door God ter dood werd overgeleverd voor de zonden van het volk? Over wiens bloed Mozes, zoals ik al eerder zei, een gelijkenis gebruikte om te zeggen dat Hij Zijn klederen zou wassen in het bloed van de druif; aangezien Zijn bloed niet voortkwam uit menselijke afstamming, maar uit de wil van God. En dan wat David zegt: 'In de luister van Uw heiligheid heb ik U verwekt vanaf de moederschoot, voor de morgenster. De Heer heeft gezworen en zal niet van gedachten veranderen: Gij zijt priester tot in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.' Zegt dit jullie niet dat Hij van oudsher bestond en dat God, de Vader van allen, van plan was Hem uit een menselijke schoot geboren te laten worden? In andere woorden, die ook eerder zijn geciteerd, zegt hij: 'Uw troon, o God, is voor eeuwig en altijd; een scepter van gerechtigheid is de scepter van Uw koninkrijk. Gij hebt gerechtigheid liefgehad en goddeloosheid gehaat; daarom heeft God, uw God, U gezalfd met vreugdeolie boven uw metgezellen. [Hij heeft U gezalfd met mirre, en olie, en kassie van Uw klederen, van de ivoren paleizen, waardoor zij U verblijd hebben. De dochters der koningen zijn tot Uw eer. De koningin stond aan Uw rechterhand, gekleed in met goud geborduurde gewaden. Luister, o dochter, en kijk, en neig uw oor, vergeet uw volk en uws vaders huis; en de Koning zal uw schoonheid begeren, want Hij is uw Heer, en gij zult Hem aanbidden.' Daarom getuigen deze woorden expliciet dat Hij door Hem die deze dingen heeft ingesteld, wordt erkend als aanbiddingswaardig, als God en als Christus. Verder richt het woord van God zich tot hen die in Hem geloven als zijnde één ziel, één gemeente en één kerk, als tot een dochter; het richt zich tot de kerk die uit Zijn naam is voortgekomen en Zijn naam deelt (want we worden allemaal christenen genoemd), zoals duidelijk wordt gesteld in de volgende woorden, die ons ook leren om onze oude voorouderlijke gewoonten los te laten, wanneer ze zeggen: 'Luister, o dochter, en kijk, en neig je oor; vergeet je volk en je vaders huis, en de Koning zal je schoonheid begeren, want Hij is je Heer, en je zult Hem aanbidden.'"

Works

Sections