Skip to content

Chapters

Works

See Engelse vertaling uit 1885

Hoofdstuk 1: Na de begroeting zegt de auteur dat hij met zijn collega's zal delen wat hij zelf heeft geleerd.

GEGROET: zonen en dochters, in de naam van onze Heer Jezus Christus, die ons in vrede heeft liefgehad.

NU IK ZIE DAT DE GODDELIJKE VRUCHTEN VAN DE GERECHTIGHEID ONDER JULLIE IN OVERVLOED AANWEZIG ZIJN: verheug ik me buitengewoon en bovenmate in jullie gelukkige en geëerde geesten, omdat jullie de ingeplante geestelijke gave zo effectief hebben ontvangen. Daarom verheug ik mij ook innerlijk nog meer, in de hoop gered te worden, omdat ik werkelijk in jullie de Geest bespeur die door de rijke Heer van liefde is uitgestort. Uw zeer begeerde aanwezigheid heeft mij dus met verwondering over u vervuld. Daarvan ben ik overtuigd en in mijn eigen gemoed ten volle overtuigd dat ik, sinds ik onder u begon te spreken, vele dingen begrijp, omdat de Heer mij op de weg van de gerechtigheid heeft begeleid. Daarom ben ik ook verplicht u boven mijn eigen ziel lief te hebben, want groot is het geloof en de liefde die in u wonen, terwijl u hoopt op het leven dat Hij beloofd heeft. Als ik daarom de moeite neem om u iets mee te delen van wat ik zelf heb ontvangen, zal het voor mij een voldoende beloning zijn om zulke geesten te dienen. Ik heb mij gehaast om kort aan u te schrijven, opdat u samen met uw geloof volkomen kennis zou hebben. De leerstellingen van de Heer zijn dus drieërlei: de hoop op het leven, het begin en de voleinding ervan. Want de Heer heeft ons door de profeten zowel de dingen van het verleden als die van het heden bekend gemaakt en ons ook de eerstelingen van de kennis van de dingen die komen gaan gegeven, die wij, naarmate wij ze één voor één verwezenlijkt zien, met grotere rijkdom van geloof en verheffing van geest met eerbied tot Hem zouden naderen. Ik zal dan, niet als jullie leraar, maar als een van jullie, een paar dingen uiteenzetten waardoor jullie, in de huidige omstandigheden, vreugdevoller kunnen worden.

Works