Skip to content

Chapters

Works

Sections

Aan zijn vriend Ignatius van Johannes de Heilige Ouderling.

ALS U MIJ TOESTAAT: wil ik naar Jeruzalem gaan om de gelovige heiligen daar te zien, vooral Maria de Moeder, van wie gezegd wordt dat ze door iedereen bewonderd en bemind wordt. Want wie zou zich niet verheugen om haar te zien en met haar te spreken, die de ware God uit haar eigen schoot heeft gebaard, als hij een vriend is van ons geloof en onze godsdienst? Evenzo wil ik de eerbiedwaardige Jacobus zien, bekend als Rechtvaardige, van wie gezegd wordt dat hij in uiterlijk, leven en gedrag erg op Christus Jezus lijkt, alsof hij een tweelingbroer uit dezelfde schoot is. Ze zeggen dat als ik hem zie, het is alsof ik Jezus zelf zie, in al zijn gelaatstrekken en uiterlijk. Bovendien wil ik de andere heiligen zien, zowel de mannelijke als de vrouwelijke. Helaas! Waarom treuzel ik? Waarom word ik tegengehouden? Vriendelijke leraar, spoor mij aan om mijn wens snel te vervullen, en vaarwel aan jou. Amen.

Works

Sections