Skip to content

Chapters

Works

Sections

Hoofdstuk 2: Zijn eigen situatie.

MAAR IK: o gezegende vrouw, die nu niet zozeer mijn eigen meester ben maar in de macht van anderen, word voortgedreven door de wisselende wil van vele tegenstanders, in de ene zin in ballingschap, in de andere in de gevangenis en in een derde in ketenen. Maar daar schenk ik geen aandacht aan. Ja, door de verwondingen die ze me toebrengen, word ik nog meer een discipel, zodat ik Jezus Christus kan bereiken. Moge ik de kwellingen omhelzen die voor mij bereid zijn, wetende dat "het lijden van deze tijd niet waardig is vergeleken te worden met de heerlijkheid die in ons geopenbaard zal worden."

Works

Sections