Skip to content

Chapters

Works

Sections

Hoofdstuk 8: Groeten.

DE BISSCHOPPEN: Onesimus, Bitus, Damas, Polybius en iedereen uit Filippi (waar ik u ook geschreven heb), groeten u in Christus. Groet het presbyterium dat God waardig is; groet mijn heilige collega-diakenen, over wie ik vreugde mag hebben in Christus, zowel in het vlees als in de geest. Groet het volk van de Heer, van de kleinsten tot de grootsten, ieder bij name; die ik aan u toevertrouw zoals Mozes aan de Israëlieten aan Jozua, die na hem hun leider werd. En beschouw wat ik heb gezegd niet als aanmatigend van mijn kant; want hoewel we niet zijn zoals zij waren, bidden we toch dat we het mogen zijn, omdat we inderdaad de kinderen van Abraham zijn. Wees daarom sterk, o Held, als een held en als een man. Want van nu af aan zult u het volk van de Heer dat in Antiochië is, in en uit leiden, zodat "de gemeente van de Heer niet zal zijn als schapen die geen herder hebben."

Works

Sections