Skip to content

Chapters

Works

Sections

Hoofdstuk 7: Vervolg.

EN DAT ONZE LICHAMEN WEER ZULLEN OPSTAAN: laat Hij zien als Hij zegt: "Waarlijk, Ik zeg u, dat de ure komt, waarin allen die in de graven zijn, de stem van de Zoon van God zullen horen; en zij die horen, zullen leven." En de apostel zegt: "Want dit vergankelijke moet het onvergankelijke aandoen, en dit sterfelijke het onsterfelijke." En dat we nuchter en rechtvaardig moeten leven, laat hij weer zien als hij zegt: "Laat u niet misleiden: overspeligen, verwijfden, misbruikers van zichzelf onder de mensen, hoereerders, lasteraars, dronkaards en dieven kunnen het koninkrijk van God niet beërven." En nogmaals: "Als de doden niet opstaan, dan is Christus niet opgewekt; onze prediking is dan tevergeefs en uw geloof is ook tevergeefs; u bent nog in uw zonden. Dan zijn zij die in Christus ontslapen zijn, verloren gegaan. Als we in dit leven alleen hoop op Christus hebben, zijn we van alle mensen het ellendigst. Als de doden niet opstaan, laten we dan eten en drinken, want morgen sterven we." Maar als dat onze toestand en gevoelens zijn, hoe zullen we dan verschillen van ezels en honden, die zich niets aantrekken van de toekomst, maar alleen denken aan eten, en aan de eetlust die volgt op eten? Want zij zijn niet bekend met enige intelligentie die in hen beweegt.

Works

Sections