Skip to content

Chapters

Works

Sections

Hoofdstuk 5: De eerder genoemde fouten weerleggen

EN DAT HIJZELF NIET GOD OVER ALLES EN DE VADER IS: maar Zijn Zoon, laat Hij zien als Hij zegt: "Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, en naar mijn God en uw God." En nogmaals: "Wanneer alle dingen Hem onderworpen zijn, dan zal ook Hijzelf onderworpen zijn aan Hem die alles onder Hem gesteld heeft, opdat God zij alles in allen." Daarom is het één Persoon die alle dingen heeft onderworpen en die alles in allen is, en een andere Persoon aan wie ze onderworpen zijn, die ook zelf, samen met alle andere dingen, onderworpen wordt aan de eerste.

Works

Sections